Reflexen

Reflexen kunnen worden opgedeeld in primitieve en posturale reflexen. In de volgende secties worden de reflexen die onder deze categoriën vallen beschreven.

Primitieve reflexen

We kennen de volgende primitieve reflexen

Moro reflex

De Moro reflex is de vlucht/vecht reactie. Deze wordt onder controle gebracht plusminus vier maanden na de geboorte en vervangen door de volwassen "schrikreflex" (Straus reflex). Deze volwassen schrikreflex wordt beschreven als een schrikreactie gevolgd door het afzoeken van de omgeving naar de bron van gevaar. Wanneer er geen gevaar dreigt, zal het kind de prikkel negeren en doorgaan waar het mee bezig was. De Moro reflex zal echter een onmiddellijke reactie op de prikkel geven voordat het bewuste deel van de hersenen (hersenschors) tijd heeft gehad in te schatten en een juiste reactie er op te geven. Mensen die nog een Moro reflex hebben, reageren vaak overgevoelig op kleine prikkels en hebben moeite zich voor de overbodige zintuiglijke prikkels in een drukke omgeving af te sluiten. Dit kan effect hebben op het evenwicht, concentratie en gedrag. Iemand met een Moro reflex zal proberen de reactie van de Moro te vermijden door alles in de gaten te houden en kan dus druk lijken te zijn. Dit kan een duidelijk effect hebben op de concentratie en op het gedrag. Het tegengestelde kan ook plaats vinden, iemand kan zich terugtrekken, afsluiten voor alle prikkels, niet tot actie kunnen komen. ( dit kan het kind zijn die moeite heeft met een hand te geven of de juf. geen vraag durft te stellen) Overgevoeligheid voor licht, geluid en allergieën spelen vaak een rol. Veranderingen en/of verrassingen zijn lastig. Faalangst, lage eigenwaarde en weinig zelfvertrouwen is vaak een gevolg van dit alles

Asymmetrisch Tonisch Nekreflex (ATNR)

Het is bekend dat een nog behouden ATNR een rol speelt bij specifieke schrijfproblemen en de oog-handcoordinatie verstoort. De ATNR creëert een onzichtbare verticale middenlijn in het lichaam.
Bijvoorbeeld:

  1. Een rechtshandige met een ATNR zal het lastig vinden om op de linkerhelft van het blad te schrijven.
  2. Het handschrift kan dan gebogen op of aflopen aan de linker of rechterkant van de bladzijde.
  3. De arm zal zich willen strekken en de hand zal zich willen openen. Het kind zal zich erg op de mechaniek van het schrijven moeten concentreren en dit zal dus langzaam en moeizaam gaan.
  4. De ogen kunnen niet gemakkelijk over de middenlijn bewegen en dit zal de coördinatie, het lezen en het schrijven beïnvloeden.
  5. Het kind zal ook moeite kunnen hebben met getallen onder elkaar te zetten om op te tellen.
  6. Wanneer er nog slechts sporen van een ATNR te vinden zijn, kan dit een rol spelen bij kinderen die problemen verbaal goed kunnen oplossen, maar terughoudend zijn of hun ideeën niet op papier kunnen zetten.

Symmetrisch Tonisch Nekreflex (STNR)

Een behouden STNR is geschakeld aan problemen met oog- handcoördinatie, lichaamshouding en concentratie. Het is ook betrokken bij het vertraagde herfocussen van de binoculaire visie (de snelheid van het opnieuw scherp stellen van de ogen tussen verschillende afstanden), wat kan resulteren in een traagheid met het overschrijven van het bord of uit een boek. In de houding zie je deze reflex vaak heel duidelijk naar voren komen, zoals dicht met het hoofd op het werk zitten, voeten om de stoelpoten geklemd, zittend op één of twee benen, benen volledig gestrekt enz.

Tonische Labyrinthreflex (TLR)

Een behouden TLR is veelbetekenend daar het effect heeft op de spierspanning en de ontwikkeling van de latere rechting- en evenwichtreacties stoort, welke op hun beurt weer de basis zijn voor de integratie van de lichaamswaarneming, coördinatie en de controle van de oogbewegingen. Stabiele oogbewegingen zijn essentieel voor het focussen en vasthouden van de visuele aandacht, voor lezen, schrijven en het goed onder elkaar zetten van rijtjes getallen bij rekenen. Deze reflex geeft veel storingen bij het verwerken van informatie, of dit nu visuele of auditieve informatie is. Het kind ziet en hoort de dingen op een andere manier dan anderen. Bewegingen van het hoofd naar achteren brengen het kind uit evenwicht waardoor zij slecht zijn in samenhangende en organisatorische vaardigheden. Het is daardoor moeilijk om verschillende opdrachten achter elkaar uit te voeren, moeite met het aanleren van dagen/maanden of van tafels. Het kind heeft vaak geen tijdsbesef en weet ook niet waar het zich in de ruimte bevindt.. Dit kan ook het kind zijn wat graag dicht bij jou loopt.

Spinale Galant reflex (SGR)

Bij deze reflex is een zijwaartse beweging van de heupen en/of schouder zichtbaar, welke door aanraking van de rug wordt uitgelokt. Dit kan problemen geven bij de concentratie, korte termijn geheugen en het niet stil kunnen zitten of goed kunnen lopen. Het kan soms nog van invloed zijn op de blaascontrole.

Babinski-reflex (BR)

De Babinski-reflex zou aanwezig moeten zijn wanneer het kind gaat tijgeren, om de tenen in de grond te zetten en te duwen met de voeten.
De Babinski moet op een leeftijd van twee jaar geremd zijn anders stoort het de rechtopstaande beweging en balans.

Zoek-Zuigreflex reflex (ZZR)

Deze reflexen stellen het zoeken, zuigen en slikken in werking. De mondreflexen zijn verbonden met de onderontwikkeling van de spieren aan de voorkant van de mond en de slikbeweging, met mogelijke gevolgen voor een duidelijke spraak.

Palmaire reflex (PR)

Het Palmaire reflex geeft moeilijkheden met de manipulatie van objecten en de articulatie omdat er tijdens de eerste levensmaanden een direct verband bestaat tussen het Palmaire reflex en het voeden. Het Palmaire reflex kan door zuigbewegingen worden opgewekt en het zuigen kan tot knedende handbewegingen leiden. Je kunt deze neurologische verbinding ook zien als het kind voor het eerst gaat tekenen of schrijven. Een blijvend verband noemt men het Babkin-respons.Dit zal de onafhankelijke spierbeheersing aan de voorkant  van de mond verhinderen wat vervolgens de articulatie zal beïnvloeden.

Baby Plantaire reflex (BPR)

Deze reflex is nodig om met tenen te kunnen “grijpen’. Deze reflex speelt een rol in de ontwikkeling van liggen tot lopen.

Landau reflex (LR)

Het Landau reflex is (evenals de STNR) een overbruggingsreflex dat zich na de geboorte (3-10 maanden) en voor de posturale reflexen openbaart. Evenmin blijven deze reflexen de rest van het leven aanwezig. Het wordt op ongeveer 3 ½ jarige leeftijd onderdrukt. Wanneer het hoofd wordt opgetild in buikligging, gaan ook de armen, benen, voeten, handen en borst omhoog. Hierdoor kan hij beter ademhalen en is ook de bloedcirculatie beter. Zijn blijvende aanwezigheid op latere leeftijd duidt op een onderliggende reflexactiviteit, met name van het Tonische Labyrint reflex. Het helpt bij het onder controle brengen van de TLR en het tot stand brengen van de Hoofdrechtings reflexen (zie hierna)


Posturale reflexen

Hoofdrechtings-reflexen (HRR)

Deze zorgen ervoor dat het hoofd recht blijft als het lichaam van positie veranderd. Zij zorgen voor houdingsaanpassingen en het aanpassen van de spierspanning. Deze reflexen zijn ook geschakeld aan de controle van de oogbewegingen. Blijven deze reflexen onderontwikkelt dan zullen hierdoor de ogen minder goed kunnen focussen op een punt, langs een lijn volgen, afstand en diepte schatten, concentreren is moeilijk en ook het begrijpend lezen en spelling zal moeilijk gaan.

Amfibiereflex (AR)

Deze reflex speelt een grote rol met tijgeren en kruipen. Geeft flexibiliteit en aanpassingsvermogen om te bewegen.

Segmentale rolreflex (SRR)

De SRR maken het mogelijk om de onder en bovenlichaam rotatie gecoördineerd te laten verlopen. Hierdoor geeft de SRR het lichaam de mogelijkheid om gemakkelijk van positie te veranderen en soepel bewegingen uit te voeren, zoals bijvoorbeeld rennen, springen, huppelen.

 

Bovenstaande informatie is ontleend aan:

  • Instituut voor neuro-physiologische psychologie - www.inpp.nl
  • Sally Goddard- Reflexen, leren en gedrag (ISBN. 90-76775-07-09)
  • M. Mulder - Over leven (ISBN: 907566592x
Merima is aangesloten bij:
BvK
NIBG
RBCZ
Merima
praktijk voor toegepaste kinesiologie &
neuro-ontwikkelingstherapie
Marga Nimeijer-Wessel
Ruinerweg 22
7958 RC Koekangerveld
tel: 062 459 1637
e-mail: m.nimeijer@merima.nl